Adres
Universitair Symfonisch Orkest
Naamsestraat 96
B-3000 Leuven
België

E-mail
Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit te kunnen bekijken

Rekeningnummer
733-0023813-78 

 
 











Picture7.jpg
Picture6.jpg
img_6283.jpg
Kalender
wo 29 sep, 19:45 -22:30
Kennismakingsrepetities USO
zo 3 okt, 19:45 -22:30
Kennismakingsrepetities USO
ma 4 okt, 19:30 -22:00
Audities USO (blazers)
     Home arrow Geschiedenis arrow Repertoire
zondag 05 september 2010
  Log In

Repertoire
G. Gershwin - Suite Porgy & Bess Afdrukken E-mail

(Lenteprogramma 2008) 

George Gershwin

George Gershwin was de zoon van geïmmigreerde ouders, die vanuit Rusland naar de Verenigde Staten emigreerden in de jaren 1890 en zich in New York vestigden. In zijn jonge jaren liet de school hem geheel onverschillig en werd muziek zelden beluisterd bij de Gershwins! Tot ze hun eerste piano kochten. George ging enorm snel vooruit, kreeg les van enkele pianoleraars uit de buurt, en in 1912 mocht hij les gaan volgen bij Charles Hambitzer.
Toch kon dit Gershwin niet echt boeien, en in 1914 trok hij zich terug in een wereldje dichter bij huis. Hij besloot om te stoppen met studeren en ging werken voor zo'n 15$ per week, voor Jerome H. Remick & Co., een firma die muziek publiceerde. Hier kreeg Gershwin de microbe van het pianospel te pakken en begon hij wat te componeren. Hij verliet de firma om zich ten volle aan het componeren te kunnen wijden.
Hij ging aan de slag in het Century Theater als organisator en begeleider, waar zijn talent als componist ook opgemerkt werd. Nog geen jaar later, werden in drie Broadwayshows liedjes van Gershwin gespeeld. Kort daarna componeerde hij zijn eerste volledige Broadwayscore, voor La La Lucille, die opende op 26 mei 1919. Naast zijn composities voor groot orkest, componeerde Gershwin natuurlijk ook geregeld liederen, die dankzij de shows bekend werden bij het grote publiek. De bekendste titels zijn o.a. Someone to Watch Over Me (1926), Strike up the band (1927), Fascinating Rhythm (1924) en I got rhythm (1930).
In 1924 werd Gershwin beroemd met zijn compositie, alsook met zijn uitvoering van 'Rhapsody in Blue' voor piano en orkest. Gershwins Rhapsody in Blue verkreeg zowel de goedkeuring van het publiek als de aandacht van de critici en hierdoor kreeg Gershwin de status van dé man die de jazz in de concertzalen binnenbracht.
Na het grote succes van Rhapsody in Blue, kwamen er nieuwe patronen in Gershwins componistenleven. Hij gaf meer en meer aandacht aan de concertmuziek, en ging zelfs opnieuw piano studeren. Hij wijdde veel van de zomer van 1925 aan het componeren van zijn Concerto in F voor piano en orkest, dat geschreven werd in opdracht van Walter Damrosch en het New York Symphonic Orchestra. Een groot deel van het jaar 1928 spendeerde Gershwin aan het schrijven van het symfonische gedicht An American in Paris. Dit werk werd geschreven gedurende een reis naar Europa van midden maart tot juni. Op deze tocht ontmoette hij nog vele andere componisten zoals Prokofjev, Milhaud, Poulenc, Ravel, Walton en Berg.

A Suite from Porgy & Bess

A suite from Porgy & Bess, later gewijzigd in Catfish Row door Ira Gershwin, is een orkestwerk gebaseerd op de muziek van Gershwin’s opera Porgy & Bess. Hij vervolledigde de compositie in januari 1936 en deze werd nog in dezelfde maand uitgevoerd door het Philadelphia Orchestra onder leiding van Alexander Smallens. Dit werk mag niet worden verward met Porgy & Bess: A Symphonic Picture, een nogal vrij “arrangement” van de operascore door Robert Russell Bennett.
De suite werd onderverdeeld in vijf secties en omvat een vijftal hoogtepunten uit de opera. Catfish Row bevat de introductie, Jazzbo Brown’s Piano Blues, wat in de opera was weggelaten tot 1976, en een eerste iteratie van Summertime met daaropvolgend een korte coda. De tweede sectie, Porgy Sings, bevat twee aria’s van Porgy: I Got Plenty o’ Nuttin’ en Bess, You Is My Woman Now die met elkaar worden verbonden door een cellosolo. In Fugue, de derde sectie, klinkt de donkere atonale muziek van de moord op Crown uit de derde akte van de opera. Het voorlaatste deel is Hurricane en behelst de orkaansequens. Tot slot is er Good Morning, Brother dat materiaal gebruikt uit het einde van de opera alsook het laatste lied, Oh, Lawd, I’m On My Way.


 
P.M. Davies - An Orkney Wedding Afdrukken E-mail

(Lenteprogramma 2008) 

Peter Maxwell Davies 

Sir Peter Maxwell Davies werd geboren in 1934 in Manchester, Engeland. Hij is gekend voor zijn energetische, eclectische composities en zijn ruime muzikale idioom dat gaat van serialisme tot expressionisme, van foxtrots tot pavanes. Zijn studies vervolledigde hij in de Manchester University, de Royal Manchester College of Music en bij Goffredo Petrasi. Deze studies resulteerden in 1958 in zijn eerste orkestwerk, Prolation. In 1969 richtte hij samen met zijn collega Harrison Birtwistle het ensemble “The Pierrot Players” op, die zich specifiek richtte op hedendaagse muziek. Davies heeft concerto’s geschreven, alsook opera’s, filmmuziek en acht symfonieën. Hij kende eveneens een carrière als dirigent en was gedurende tien jaar de dirigent en componist van de BBC Philharmonic and Royal Philharmonic Orchestras. In 1987 werd hij geridderd en in 2004 werd hij benoemd tot Master of the Queen’s Music. 

An Orkney Wedding with Sunrise   

In 1971 verhuisde Davies naar Hoy, één van de Orkney-eilanden langs de noordkust van Schotland. Het dramatische landschap had een grote impact op de componist. Hij schreef hierover het volgende: "no escape from yourself here, you just have to realize what you are through your music with much more intensity than in urban surroundings." Vele van de werken die werden gecomponeerd na zijn verhuis, vinden hun inspiratie in het landschap, zoals zijn derde symfonie (1984).  An Orkney Wedding, with Sunrise (1985) kwam een jaar later tot stand en vond inspiratie in het huwelijksfeest van een vriend uit Hoy. De muziek is heel erg programmatisch en Davies ziet het als een ansichtkaart. Hij beschrijft het als volgt: “Het huwelijksfeest gaat van start in de zaal, buiten is het stormachtig weer. Er volgt een hymne waarna de band een huwelijksdans in gang zet die opbouwt naar een oorverdovende climax. De gasten verlaten de zaal met de echo’s van de hymnische muziek in hun oren, terwijl de zon opkomt over Caithness.”
Davies’ gure weer is tot klinken gebracht in de opzwepende figuurtjes van de strijkers bij de opening van het werk. Deze gaan algauw over in een hobosolo die herinneringen oproept aan Keltische volksmelodieën. De melodie wordt overgenomen door de klarinet, fluit en andere houtblazers. Het dansen vangt aan met de strijkers en wordt onderbroken door een ietwat “tipsy” stemsessie. Daarna gaan de dansen over in verschillende sferen van “rauw” tot militair tot zeer kalm en gedwee met een uitgebreide solo voor de eerste viool. Deze dansen bewegen in en uit de pas wanneer het orkest luidruchtig zijn climax bereikt. Net zoals bij de intrede van de gasten weerklinkt de solo nu ook bij hun vertrek in de vroege ochtend. De kopers kondigen de “sunrise” aan en de compositie eindigt met een kleine verrassing op triomfantelijke wijze.

 

 
S. Rachmaninov - 3de Pianoconcerto Afdrukken E-mail

(Lenteprogramma 2008 - Soliste: Barbara Baltussen)

Sergei Rachmaninov

Rachmaninovs vader was een aristocratisch grootgrondbezitter uit Novgorod, Rusland. Toen Sergei negen was (hij werd geboren op 1 april 1873), had de man alle voorvaderlijke bezittingen reeds verbrast. Zijn ouders scheidden en Sergei volgde zijn moeder naar Leningrad.
Thuis had hij van zijn moeder al van zijn vier jaar pianoles gehad, en af en toe moest hij zijn zus begeleiden bij liederen van Tschaikowsky. Het onderwijs aan het Conservatorium in Leningrad was in die tijd eerder conservatief en geschaard rond de figuur van Rimski-Korsakov. De jonge Sergei voelde zich niet al te best thuis in dat milieu, en zijn muziekopleiding geraakte in een impasse. Het was zijn inwonende grootmoeder die redding bracht door hem naar het strengere maar frissere bewind van Moskou te sturen, waar de beroemde leraar Sverov de compositieklas leidde. Hij behaalde als negentienjarige het einddiploma met een gouden medaille voor compositie.
Rachmaninov heeft eigenlijk nooit goed geweten wat hij wilde worden: concertpianist, dirigent of componist, en daaronder heeft zijn werk wel geleden. Hij was tijdens zijn leven meer bekend als fenomenale concertpianist dan als componist. Het is dan ook niet onlogisch dat zijn bekendste werken pianoconcerto’s zijn.   
Zijn Eerste Symfonie werd een totale mislukking, en de al onzekere man heeft lang geleden onder de meedogenloze kritiek. Een beroemd psychiater hielp hem door hypnose over zijn neerslachtigheid heen, en dit resulteerde in het prachtige tweede pianoconcerto. Sindsdien maakte hij nog meerdere grootse composities.   
Hij trok de hele wereld door als pianist en dirigent. Revoluties, oorlogen en totalitaire regimes dwongen hem vaak tot emigreren, en uiteindelijk stierf hij in 1943 in de Verenigde Staten.
Zijn werk zet de hoogromantische tradities van zijn voorgangers op een uiterst persoonlijke manier verder. Rachmaninov bleef wars van alle nieuwe stromingen die rond hem opdoken en tot aan zijn dood ontwikkelde hij enkel zijn eigen stijl.

Pianoconcerto nr. 3

Het Pianoconcerto nr. 3 in D mineur, opus 30 van Sergei Rachmaninov is een driedelige compositie voor piano en symfonieorkest. Het geldt als één van de meest succesvolle werken van Rachmaninovs oeuvre en behoort samen met het tweede pianoconcerto tot zijn beste werken voor piano en orkest. Tevens wordt het derde pianoconcerto beschouwd als één van de moeilijkste werken uit de gehele pianoliteratuur.
Rachmaninov schreef het concerto in het familielandhuis Ivanovka. Het werk werd voltooid op 23 september 1909. Hij schreef deze compositie niet om zijn kwaliteiten als componist tot uitdrukking te laten komen, maar zijn kwaliteiten als pianist. Het concerto kent veel aanzien onder pianisten en wordt door sommigen zelfs gevreesd. Józef Hofmann, aan wie Rachmaninov het werk opdroeg, voerde het werk nooit op onder het mom van “dat het niets voor hem was". De pianist Gary Graffman zou het concerto in zijn jeugdige jaren nooit hebben ingestudeerd omdat "hij nog te jong was om angst te kennen". De première van het concerto vond plaats op 28 november door Rachmaninov zelf met het nu niet meer bestaande New York Symphony Society onder leiding van Walter Damrosch. Een tweede opvoering vond een aantal weken later plaats onder leiding van Gustav Mahler.
De vorm van een standaardconcerto volgend, bestaat het concerto uit drie delen: Allegro ma non tanto – Intermezzo: Adagio – Finale: Alla breve. Het Allegro ma non tanto is gebaseerd op een diatonische melodie die zich ontwikkelt tot een complexe partij voor de piano. Een aantal wilde climaxen, - bijna op het gewelddadige af-, worden bereikt; in het bijzonder voor de cadenza. Rachmaninov schreef twee versies van de cadens. De eerste is de meest krachtige cadens die Rachmaninov liet opnemen tijdens een door hem verzorgde uitvoering. De tweede is dramatischer in toccatastijl.
Het Adagio wordt geopend door het orkest en bestaat uit een aantal variaties rondom een romantische melodie, gevolgd door een thema met een minder strakke melodie. Na het terugkomen van het tweede thema, wordt het eerste thema herhaald waarop het orkest het Adagio lijkt af te sluiten. Het laatste woord is aan de piano in een korte cadenza-achtige passage die via een attaca overgaat in het Alla Breve. Vele passages doen denken aan Rachmaninovs 2e pianoconcerto.
Het snelle en krachtige derde deel bestaat uit variaties op thema's uit het Allegro ma non tanto waardoor de cirkel weer rond is. Het Alla breve wordt besloten middels een triomfantelijke en gepassioneerde melodie in D majeur. De laatste noten zouden Rachmaninovs muzikale handtekening vormen.

 

 
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende > Einde >>

Resultaten 1 - 10 van 71